Dalton op Waterland

De kleuren van de dag

Iedere dag van de week wordt in de hele school aangegeven met een vaste kleur.
Deze kleuren structureren de week voor de kinderen, wat hen helpt om een planning te kunnen maken. De kleuren hangen in iedere groep aan de muur, zodat het kind steeds kan zien welke kleur bij de betreffende dag hoort. Daarnaast worden de dagkleuren gebruikt bij het planbord en de weekplanning.

 

Het planbord (groep 1, 2 en 3)

Het planbord wordt gebruikt door de leerlingen van de groepen 1 en 2. De leerlingen starten in groep 3 met het gebruik van het planbord en werken hiermee tot ongeveer eind februari. Het planbord is een middel voor de leerlingen om taken die gedurende de schoolweek zelfstandig uitgevoerd  moeten worden te plannen, uit te voeren en af te ronden. Daarnaast kan er door de leerlingen en leerkrachten eenvoudig worden gereflecteerd met het planbord. 

De weekplanning (groep 3 t/m 8)

Halverwege groep 3 gaan de leerlingen werken met een papieren weekplanning. Elke week krijgen de leerlingen van groep 3 t/m 8 op maandag een nieuwe weekplanning. De leerlingen plannen op maandag taken in en stellen zichzelf een doel voor die week. Aan het einde van de week reflecteren ze op hun eigen doel en op het werken met hun maatje.

De weekplanning is bedoeld als hulpmiddel om de leerlingen zelfstandig hun werk in een week te laten plannen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zelfstandig werken, samenwerken, instructie gebonden lessen en maatjeswerk. Daarnaast staat op de weekplanning werk dat specifiek voor dat kind is. Dit noemen we “eigen werk”. Ook de  term “keuzewerk” wordt op de weekplanning vermeld. Dit is werk uit de keuzekast.

 

Werken met uitgestelde aandacht

Tijdens het zelfstandig werken wordt er in de groepen 1 t/m 8 gewerkt met het principe van de uitgestelde aandacht. Dat gebeurt met behulp van een stoplicht met de kleuren rood, oranje en groen.
Bij het rode stoplicht weten de kinderen dat de leerkracht/begeleider niet gestoord mag worden. De leerkracht geeft dan verlengde of extra instructie, of is bezig met een observatie. Ook kan de leerkracht een vaste hulpronde door de klas lopen. De kinderen weten dat ze zelf een oplossing moeten zoeken voor hun probleem. Ze mogen dan ook de andere kinderen niet vragen om hulp.
Bij het oranje stoplicht mogen de kinderen de leerkracht niet storen maar ze mogen wel elkaar om hulp vragen in hun tafelgroep. Ze gebruiken hierbij een fluisterstem. Ook hierbij loopt de leerkracht tijdens de periode dat het stoplicht op oranje staat, de vaste hulprondes. 
Bij het groene stoplicht mogen de kinderen hulp aan elkaar en ook aan de leerkracht vragen. Deze kleur van het stoplicht is vooral bedoeld om aan te geven dat er samengewerkt mag worden.  

Tijdens zelfstandig werken gebruiken we de kleurenklok (groep 1 t/m 3) en de time timer (groep 4 t/m 8) om aan te geven hoe lang de periode van zelfstandig werken duurt.

Keuzewerk 

Het doel van het keuzewerk is dat het kind leert zelfstandig, zonder begeleiding van de leerkracht, werk te kiezen, te plannen en uit te voeren, nakijkt, registreert en evalueert. Het keuzemateriaal staat in de keuzekast. De leerkracht stelt het kind in de gelegenheid aan het begin van de week om minimaal twee momenten keuzewerk in te plannen. Afhankelijk van de gekozen taak wordt er individueel, in tweetallen of in groepjes gewerkt. Het materiaal in de keuzekast is gekozen op basis van de acht intelligenties van Gardner aangevuld met materiaal dat wekwikkers noemen ( voor de leerlingen die meer uitdaging aankunnen).